Dossier 2019-231

Hand in eigen boezem steken

Meneer heeft een betalingsachterstand bij de wooncorporatie en nu dreigt een huisuitzetting. Meneer meent dat de corporatie zich niet houdt aan de afspraken met de gemeente. Hij is in gesprek met de schuldhulpspecialist die ingehuurd is door de gemeente. Meneer heeft een uitkering, is gescheiden en heeft in dat verband financiële verplichtingen. Hij doet een beroep op de ombudsman.

Dan blijkt dat de corporatie bij de rechter toestemming heeft gekregen om meneer uit huis te zetten. De huisuitzetting mag zelfs per direct gebeuren. Meneer doet een stevig beroep op zijn persoonlijke omstandigheden en op de afspraken die er liggen tussen de gemeente en corporaties. Dat meneer enkele jaren geleden al uit de schuldhulp is gekomen, nu weer nieuwe schulden heeft en onvoldoende adequaat reageert laat hij wat onderbelicht.

De ombudsman neemt contact op met de schuldhulpspecialist en met de betrokken maatschappelijke opvanginstelling. Dan blijkt dat de huisuitzetting wel verwacht wordt, maar dat meneer nog een gesprek krijgt met de corporatie, deurwaarder en maatschappelijke opvang. De ombudsman geeft meneer daarover advies mee. Hij neemt het advies ter harte en mag - onder budgetbeheer - toch nog in zijn woning blijven wonen.